Autogeen draadspuiten

autogeendraadspuitenas

Bij een autogeen draadspuitproces worden alle spuitmaterialen die in draadvorm kunnen worden getrokken (metalen en metaallegeringen) in een Acetyleen-zuurstofvlam tot smelten gebracht en met behulp van perslucht op het werkstuk gespoten. Er onstaat op deze wijze een lamellaire structuur doordat de gespoten laag deeltje voor deeltje op het basismateriaal wordt geslagen.
De hechting die op deze wijze wordt verkregen is hoofdzakelijk mechanisch ofschoon hierbij ook nog enige chemische en fysische factoren een rol spelen.

De op deze wijze aangebrachte spuitlagen zijn in meer of mindere mate slag- of stootvast.

De structuur van de aangepaste laag is altijd microporeus (tot 40%) waarmee echter door het vermogen om olie vast te houden zelfsmerende eigenschappen kunnen worden verkregen.

Ondanks de vlamtemperatuur van ca. 2.800-3.000 ºC is het autogeen draadspuitproces een zogenaamd koud proces, met andere woorden dat de werkstuktemperatuur tijdens het spuiten niet hoger wordt dan circa 150ºC. Hierdoor is elke vervorming of structuurverandering van het basismateriaal uitgesloten.

Met dit proces kunnen een twintigtal algemeen bekende metalen en legeringen gespoten worden zoals;

  • Aluminium
  • Babbits
  • Bronssoorten
  • C-en roestvrijstaalsoorten
  • Koper
  • Molybdeen
  • Monel
  • Nikkel

De ontstane poreusheid kan van grote technische waarde zijn maar kan ook d.m.v. een afdichtingsmiddel of sealer worden opgeheven.